Print

Raad van State - Arrest nr. 248.871 van 10 november 2020 - Beroep tot nietigverklaring - Taxidiensten

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
248.871
Indiener
-
Datum uitspraak arrest
dinsdag 10 november 2020
Samenvatting
 
Verzoeker heeft niet binnen de voorgeschreven termijn een memorie van wederantwoord ingediend.
Het blijkt niet dat verzoeker daarvoor als verontschuldiging overmacht kan doen gelden, of onoverwinnelijke dwaling.
Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
Tekst arrest
 
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
 
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
 
ARREST
 
nr. 248.871 van 10 november 2020 
in de zaak A. 229.131/X-17.580
 
In zake:Geert VANDEN BUSSCHE
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Koen Vandenberghe
kantoor houdend te 8800 Roeselare
H. Horriestraat 46
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
tegen:
 
de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Bart Staelens
kantoor houdend te 8000 Brugge
Gerard Davidstraat 46, bus 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
I. Voorwerp van het beroep
 
1. Het beroep, ingesteld op 13 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit op 16.07.2019 genomen door de Provinciegouverneur West-Vlaanderen, gevestigd te 8200 Brugge, Koning Leopold III-laan 41, met kenmerk 2019.000456, waarbij het administratief beroep tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen dd. 06.05.2019 houdende weigering tot verlenging vergunning ‘verhuur voertuig met bestuurder’ wordt verworpen.
 
II. Verloop van de rechtspleging
 
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 6 december 2019.
 
Op respectievelijk 2 maart 2020 en 27 februari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
 
Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord.
 
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2020.
 
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
 
Advocaat Amélie Vandenberghe, die loco advocaat Koen Vandenberghe verschijnt voor verzoeker, en advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
 
Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
 
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
 
III. Beoordeling
 
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
 
Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
 
Verzoeker heeft niet binnen de voorgeschreven termijn een memorie van wederantwoord ingediend.
 
4. Het blijkt niet dat verzoeker daarvoor als verontschuldiging overmacht kan doen gelden, of onoverwinnelijke dwaling.
 
5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
 
 
BESLISSING
 
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
 
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
 
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
 
Johan Lust, kamervoorzitter,
bijgestaan door
Frank Bontinck, griffier.