Print

Raad van State - Arrest nr. 249.363 van 30 december 2020 - Onteigening

Rechtbank/Hof
Raad van State
Arrestnummer
249.363
Indiener
-
Datum uitspraak arrest
woensdag 30 december 2020
Samenvatting
 
Wanneer de onteigenende instantie de vordering tot onteigening bij de vrederechter heeft ingeleid, heeft hij als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd.
 
De Raad van State stelt het gebrek aan rechtsmacht vast.
Tekst arrest
 
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
 
Xe KAMER
 
ARREST
 
nr. 249.363 van 30 december 2020 
in de zaak A. 224.367/X-17.138
 
In zake : Johanna SMULDERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Koen van Wynsberge
kantoor houdend te 9860 Oosterzele
Kwaadbeek 47A
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
tegen :
 
1. de GEMEENTE BAARLE-HERTOG
2. het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat Tom De Sutter
kantoor houdend te 9000 Gent
Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen
 
I. Voorwerp van het beroep
 
1. Het beroep, ingediend op 29 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 17 november 2017 houdende de machtiging tot onteigening verleend aan de gemeente Baarle-Hertog ter realisatie van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Rondweg Baarle bis’.
 
II. Verloop van de rechtspleging
 
2. De tweede verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
 
Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld.
 
Verzoekster en de tweede verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.
 
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2020.
 
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
 
Advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
 
Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
 
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
 
III. Rechtsmacht
 
3. Zowel de tweede verwerende partij als verzoekster wijzen er op dat te dezen de zaak voor de vrederechter van het kanton Arendonk werd ingeleid bij dagvaarding van 23 april 2018.
 
4. Wanneer de onteigenende instantie de vordering tot onteigening bij de vrederechter heeft ingeleid, heeft hij als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd.
 
5. Uit een en ander volgt dat er reden is om het voorliggende beroep te verwerpen.
 
IV. Kosten
 
6. In haar laatste memorie stelt de tweede verwerende partij dat in geval de Raad van State verzoekster zou beschouwen als een in het gelijk gestelde partij, de rechtsplegingsvergoeding en de andere kosten ten laste moeten worden gelegd van de eerste verwerende partij, zijnde het onteigenend bestuur dat aan de basis ligt van het gebrek aan rechtsmacht.
 
7. Het is de tweede verwerende partij die het bestreden besluit genomen heeft. De eerste verwerende partij is de onteigenende instantie, die de door de tweede verwerende partij toegestane machtiging uitvoert. Bijgevolg past het, wat de kosten betreft, beide verwerende partijen op gelijke voet te behandelen.
 
BESLISSING
 
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
 
2. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoekster.
 
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
 
Johan Lust, kamervoorzitter,
Jan Clement, staatsraad,
Stephan De Taeye, staatsraad,
 
bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.